Bin Laden: achter het masker van de terrorist

New York: Arcade Books, 2002
door Adam Robinson
296 pagina’s
ISBN: 1559706406
Hardcover, $23.95
Adobe e-book, $11.16
van: http://arcadepub.com/Book/index.cfm?GCOI=55970100002980

beoordeeld door Ted Goertzel, Ph.D.
goertzel@camden.rutgers.edu

 

original page: http://crab.rutgers.edu/~goertzel/osama.htm

Deze recensie werd gepubliceerd in Clio’s Psyche, maart 2002.

Dit boek is geen psychobiografie, maar geeft meer informatie over het jeugd- en privéleven van Osama bin Laden dan andere eerdere bronnen, waarvan de beste voor zo ver ik weet een biografische schets is die beschikbaar is op online from PBS.

Adam Robinson, een auteur en journalist die tien jaar in het Perzische Golfgebied heeft gewoond, heeft in het jaar voorafgaand aan de aanslag op het World Trade Center interviews gehouden met leden van de familie bin Laden. Osama bin Laden was toen al geruime tijd vervreemd van zijn familie en ze wilden hem graag van zijn voetstuk laten vallen door verhalen te vertellen over zijn jeugdige feesten met alcohol en prostituees en over zijn betrokkenheid bij drugssmokkel in Afghanistan.

Misschien meer onthullend voor psycho historici, zijn dingen die het gezin als vanzelfsprekend beschouwde, over het leven in het huis van een polygame oligarch. Bin Ladens vader, Mohammed bin Laden, was een waanzinnig succesvolle bouwondernemer, een immigrant in Saoedi-Arabië die nauwe banden met de Koninklijke familie ontwikkelde. Hij maakte optimaal gebruik van de voorrechten die rijke en machtige mannen volgens de islamitische wet toestonden. Hij had 54 kinderen, min of meer, geboren uit 10 of 11 vrouwen. Het feit dat de biografen niet eens zeker zijn van het aantal van zijn vrouwen en kinderen, benadrukt hoe onbelangrijk vrouwen in de Saoedische cultuur zijn. De concurrentie om Mohammed bin Laden’s aandacht was hevig en over het algemeen werd hij door de familieleden geïdealiseerd.

 

De islamitische wet staat vier vrouwen toe, maar Mohammed heeft deze regel omzeild door drie vrouwen voor de lange termijn te behouden en ermee te trouwen en de vierde plaats te reserveren voor een reeks korte termijn vrouwen. Als hij scheidde van een vierde vrouw, bleef hij haar en haar kinderen op het familieverblijf in Jeddah ondersteunen, maar in een afgenomen (lees mindere) status. Osama bin Laden’s moeder bevond zich in deze situatie toen hij werd geboren.

 

Osama’s moeder, Hamida, was een mooie jonge Syrische vrouw die pas op “latere leeftijd “ de interesse van Mohammed wekte. Getrouwd op een relatief late 22 jarige leeftijd, was ze gewend aan een relatief moderne levensstijl in Syrië, inclusief winkeluitstapjes naar Damascus. Ze had een onafhankelijke levensstijl en ontdekte dat het leven binnen de Bin Laden-compound muren niet alleen ernstig beperkt was, maar dat ook bleef. Ze hield er niet van haar gezicht te bedekken met een boerka en werd geminacht door de andere vrouwen en ex-vrouwen. Tegen de tijd dat Osama werd geboren, was ze verbannen door de andere vrouwen. Ze noemden haar ‘de slaaf’, verwijzend naar haar afkeer van haar status. Osama stond daarom bekend onder de bijnaam “zoon van de slaaf”.

Osama werd grotendeels opgevoed door zogenaamde verpleegsters / verzorgers en kindermeisjes, waarbij zijn moeder op de achtergrond bleef en soms zelfs niet eens op de compound in Jeddah te vinden was, maar in andere gezinsverblijven. De verpleegsters en kindermeisjes waren natuurlijk van nog minder belang voor de Saoedische cultuur dan de vrouwen, en zo is er dus ook geen informatie over hen beschikbaar. Het label “zoon van een slaaf” is altijd aan hem blijven hangen en hij was dan ook verlegen en over het algemeen afgewezen door zijn broers. Hij zocht aandacht door grappen en grollen, maar hij was voorzichtig, plichtsgetrouw en gehoorzaam in de aanwezigheid van zijn vader. Hij hield van kamperen in de woestijn. Zijn vader was tevreden en blij verrast met zijn outdoor vaardigheden. De meeste van zijn broers hadden een hekel aan de woestijn en gingen alleen mee om de goede lieve vrede te bewaren ten opzichte van hun vader.

De relatie met zijn vader was waarschijnlijk het belangrijkste in Osama’s leven als een jonge jongen, en hij voelde zich dan ook verlaten en eenzaam toen zijn vader stierf bij een helikopterongeluk toen hij nog maar tien jaar oud was.

 

De familie viel uiteen en hij was gedwongen bij zijn moeder te gaan wonen, die hij nauwelijks kende. Hij voelde zich meer en meer het zwarte schaap van de familie, het enige slachtoffer van de verspreiding van het gezin. Zijn moeder probeerde een band met hem op te bouwen, maar hij bleef op afstand. Binnen een paar maanden was er bijna geen interactie meer tussen hen.

Als adolescent had Osama bijna geen contact met vrouwen. Hij overwon zijn verlegenheid en leerde vrienden maken met jonge mannen buiten het gezin, die weinig wisten of geen interesse hadden voor de minachting die hij thuis had meegemaakt. Hij raakte bevriend met verschillende zonen van koning Fahd, met wie hij vele avonturen beleefde op het platteland. Hij nam ook hun houding ten opzichte van vrouwen als objecten om van te genieten voor recreatieve doeleinden en als statussymbolen over. Hij werd thuis opgeleid met privéleraren, samen met zijn broers en zussen. Hij was een slim kind en wilde graag uitblinken in schoolwerk, islamitische studies en het onthouden van grote passages uit de Koran.

Hij werd naar de middelbare school in Libanon gestuurd, waar hij vrij was van de beperkingen die hij zijn hele leven had gekend. Hij kreeg een royale vergoeding en had zodanig ook een luxueuze levensstijl, waaronder zijn eigen Mercedes Benz en een chauffeur. Hij bracht veel van zijn tijd door in modieuze nachtclubs met andere rijke jonge playboys, vaak in gezelschap van blonde prostituees. Hij trouwde op 17-jarige leeftijd met een Syrisch meisje dat een familielid was, maar dit stelde geen grenzen aan zijn gedrag. Osama’s “Beiroet feest” werd ruw onderbroken door het uitbreken van de Libanese burgeroorlog. De familie liet hem naar huis komen en stuurde hem naar de universiteit in Jeddah, die grotendeels was gefinancierd door zijn vader.

 

In Jeddah kreeg Osama aanzienlijke religieuze lessen en Adam Robinson meent dat hij zich schuldig voelde over zijn toegeeflijke excessen in Libanon. Hij raakte enthousiast over de oorlog in Afghanistan en zocht reikhalzend naar een gelegenheid om mee te vechten. Volgens Robinson werd hij gerekruteerd en ondersteund door de CIA om deze droom waar te maken. Vechten voor de islam voldeed aan zijn behoefte om een doel in het leven te hebben en reinigde hem van de zonden in zijn jeugd. Hij vertelde een interviewer van Time Magazine dat: “in onze religie, er een speciale plaats is in het hiernamaals voor degenen die deelnemen aan de jihad. Eén dag in Afghanistan is als 1000 dagen bidden in een gewone moskee.”

Hij speelde een leidende rol in Afghanistan, deels vanwege zijn rijkdom en familierelaties, en deels vanwege zijn persoonlijke vaardigheden en toewijding. Na de overwinning op de Sovjets keerde hij terug naar Jeddah als een held en zei dat hij van plan was om in bouwbedrijf van de familie te werken. Dit was grotendeels een dekmantel; zijn voornaamste activiteit was het opbouwen van een internationaal netwerk van fundamentalistische islamitische krijgers.

 

De rest van het boek behandelt militaire en politieke gebeurtenissen die over het algemeen meer bekend zijn, en die psycho historisch van minder belang zijn. Osama brak met het Saoedische leiderschap toen ze Amerikaanse troepen naar het land brachten en zich bij de internationale coalitie voegden om Saddam Hoessein uit Koeweit te dwingen. Hij bood aan 10.000 Moedjahedien (heilige strijders) te mobiliseren vanuit zijn netwerk en was er zeker van dat ze de Iraakse strijdkrachten konden verslaan. Het succes van de Afghaanse Moedjahedien (heilige strijders) bij het verslaan van de Sovjet-Unie had hem gevoelens van macht gegeven. Hij was er zeker van dat de superieure toewijding van de religieuze ware gelovige de ‘papieren tijgers’ van de wereld zou kunnen overwinnen.

 

In zijn  exultation about the World Trade Center bombing  (opgetogen over de bomaanslag) identificeerde Bin Laden (2001) zichzelf en zijn strijders met “God de Almachtige” en verklaarde dat: “wat de Verenigde Staten vandaag proeft en meemaakt een heel klein ding is in vergelijking met wat wij al tientallen jaren hebben geproefd en meegemaakt.” Onze natie heeft deze vernedering en minachting meer dan 80 jaar meegemaakt en moeten doorstaan. De zonen van de natie worden gedood, het bloed wordt vergoten, de heilige plaatsen worden aangevallen en het wordt niet geregeerd volgens wat God (Allah) heeft verordend. Ondanks dit maakt het niemand iets uit. ”

Dit is typisch terroristische retoriek. Psychologisch het meest onthullende is zijn klacht dat ” het niemand iets kan schelen”. De terroristische aanslagen dwongen de hele wereld om aandacht te schenken aan zijn klachten, net zoals zijn acteren op de speelplaats van het gezin hem hielp om op te vallen tussen zijn 54 broers en zussen.

 

Westerse psychologen hebben weinig ervaring met mensen die zijn opgegroeid met een moeder die haar man deelde met 10 andere vrouwen en ex-vrouwen. In Groepspsychologie en de Analyse van het Ego, speculeerde Freud echter dat de vroegste menselijke groepen mogelijk geleid werden door een dominante man die alle vrouwen in beslag nam. Toen de jongere mannen bij elkaar kwamen om deze leider te vermoorden, speculeerde Freud, voelden ze zich schuldig of bang en vervingen hem met een idool. Freud geloofde dat dit de historische oorsprong van religie kan zijn geweest. Het kan ook iets te maken hebben met de psychologie van ideologische groepen, zoals ik speculeer in hoofdstuk 5 van Turncoats en True Believers.

 

Freuds psycho historische model heeft een opvallende relevantie tussen het leven van Osama bin Laden en de cultuur waarin hij functioneerde. Het is een cultuur waar rijke, machtige mannen de jonge vrouwen in beslag nemen, en een horde, jonge mannen zonder vrouw achterlaat. Deze jonge mannen zijn blijkbaar zo geil dat ze niet te vertrouwen zijn, zelfs niet om alleen maar het gezicht van een vrouw of de vorm van haar lichaam te zien. De religieuze leer wordt gebruikt om deze situatie voor hen en de vrouwen te rechtvaardigen, terwijl via heilige oorlogen de samenleving van ongewenste en potentieel ontwrichtende vrijgezellen gezuiverd wordt.

Gezien de gesloten aard van de Saoedische samenleving, moet Adam Robinson bedankt worden voor het opgraven van zoveel persoonlijke informatie over Bin Laden als hij deed. Er zijn echter veel frustrerende hiaten. De eigen vrouwen en kinderen van Bin Laden, en zijn relatie met zijn moeder, worden slechts af en toe genoemd. Het is bekend dat zijn derde vrouw, genomen om zijn politieke allianties in Afghanistan te verstevigen, de dochter was van Mullah Omar, de leider van de Taliban. Er is echter niets bekend over de vrouw. Er is een conflict tussen Bin Laden en zijn moeder over de behandeling van zijn vrouwen en kinderen. Hamida gelooft dat hij hen moet toestaan ​​om een ​​normaal leven te leiden in Saoedi-Arabië, terwijl hij met hen onderduikt en bijna behandelt “als gijzelaars levend op de rand van zijn leven.”

 

Vanuit zijn standpunt kan Osama’s aanval op het World Trade Center niet als een irrationele daad worden beschouwd. Het bracht hem de roem en erkenning waar hij naar verlangde, en er was ongetwijfeld een kans geweest dat hij erin geslaagd was om veel van de moslimwereld onder zijn leiderschap te verenigen. Sterker nog, hij en zijn adviseurs hadden zich misschien laten leiden door het werk van professor Samuel Huntington van Harvard die de botsing van beschavingen als de opkomende trend in de wereldgeschiedenis opperde.

 

Osama probeerde de leider te zijn van de moslimbeschaving tegen de christelijke beschaving in het westen. Als de westerse leiders niet dezelfde boeken hadden gelezen en zorgvuldig vermeden het conflict uit te vaardigen als een conflict tussen moslims en het westen, dan was hij misschien geslaagd. Veel van de jonge mannen die hun leven hebben opgeofferd voor zijn heilige oorlog worden ongetwijfeld gedreven door persoonlijke frustraties, een verlangen naar avontuur en oprechte religieuze overtuigingen. Osama deelt enkele van deze motivaties, maar hij is het meest belangrijk voor zijn vaardigheid in het organiseren en manipuleren van de emoties van anderen.

 

Ted Goertzel, Ph.D. is hoogleraar Sociologie aan de Rutgers University te Camden. Hij is auteur van Turncoats and True Believers en Linus Pauling: A Life in Science and Politics. Zijn bibliografie en veel van zijn geschriften zijn beschikbaar op: http://goertzel.org/ted